Op het strand van Ipanema zie ik haar zitten met een kokosnoot in haar hand. Ze zuigt, zichtbaar genietend, aan een rietje. Kokoswater, zo weet ik, ontstaat doordat de noot regenwater opneemt. De jonge noot filtert dat en verrijkt het met mineralen en vitaminen. “Ik zie je wel kijken hoor” , zegt ze. “Wil je ook een slokje? Het is goed voor de dorst.” Ik sta met een mond vol tanden, verbaasd als ik ben over haar aanbod. “Toe, neem dan”, zegt ze glimlachend, wanneer ze ziet dat ik aarzel. Het kokoswater glijdt over mijn tong, heerlijk fris! “Weet je wie ik ben?”, vraagt ze. Hoe moet ik dat weten, denk ik. Haar bruine ogen kijken me aan met een mysterieuze blik die mij raakt tot in het diepste van mijn wezen. Ik word er verlegen van. “I’m the girl from Ipanema.” “Het meisje van dat liedje?”, hoor ik mijzelf stamelen. “Ja senhor, dat ben ik.”
Plotseling staat ze op. “ik moet gaan, ik moet nog werken.” Ik vraag haar wat voor werk ze doet. “Ik ben zangeres, vanavond treed ik op in een bar in Santa Catarina.” “Wat zing je?”, vraag ik. “Bossa Nova, The Girl from Ipanema, dat soort liedjes… Als je zin hebt om mee te gaan?” Ze kijkt me aan alsof ze het antwoord al weet.
Even later zitten we in de tram die de heuvel op slingert richting de hippe wijk die straalt in een waas van nostalgie. Vanuit het ratelende voertuig ontvouwt Rio zich voor mijn ogen. Het strand beneden, de heuvel boven, de stad gevangen in een swingende samba en een melancholische bossa.
Wanneer de tram hoger klimt, voel ik de avondlucht langs mijn gezicht strijken. Het geluid van de rails mengt zich met haar stem, alsof de stad zelf meezingt. Onder ons fonkelen de lichten van Rio, als sterren die naar de aarde zijn gevallen. Ze kijkt even naar buiten en zegt zacht: “Rio is altijd twee dingen tegelijk — licht en schaduw, feest en stilte.”
Terwijl de tram zijn weg vervolgt, begint ze te zingen. Haar stem is zacht, wiegend als de oceaan, dromerig en zwevend van verlangen. “Bossa Nova is meer dan muziek alleen. Het is als het leven zelf, een dans tussen hoopvol verlangen en melancholische nostalgie. ”
’s Avonds schittert zij op het podium. Begeleid door twee muzikanten, klinkt haar stem magisch als een nachtegaal. Via haar stem hoor ik Rio zingen. Speels als het strand, soulful als de wijk op de heuvel, draagt ze het ritme van Rio’s hart.




