“Soms spreekt een stad via een film die nooit eindigt.”
Het vissersdorpje Bocadasse, aan de rand van Genua, ligt er stil bij tijdens de middag. De golven rollen zacht onder het stralende licht van een oktoberzon. In een klein familierestaurant, waar de muren naar zee ruiken en de tafels eenvoudig gedekt zijn, neem ik plaats aan een tafeltje tegenover haar. Het is de enige stoel die nog vrij is. ‘Buona sera’ zegt ze, terwijl de geur van verse pasta met pesto mij tegemoetkomt.
Aan de muur hangen oude posters van Italiaanse films. Mijn oog valt op de film Amarcord van Fellini. Net als ik wil zeggen dat ik die film weleens gezien heb, zegt ze: “Fellini wist dat herinnering altijd een zee is. Je kunt er niet in wonen, maar je kunt er telkens naar terugkeren.” Ik knik, terwijl mijn vork traag door de pasta draait. Ik proef de geniale eenvoud van pesto, die hier niet alleen een gerecht is, maar een traditie. Ik kijk uit het raam en terwijl de golven op de kust spelen, voel ik hoe de zee door mijn wezen stroomt — alsof ik zelf een frame ben in een film die nooit eindigt, en Genua de regisseur is.
We raken aan de praat over de Italiaanse cinema. Ze vertelt dat Italiaanse films niet alleen verhalen zijn, maar spiegels van een land dat zichzelf telkens opnieuw uitvindt. “Rossellini, Visconti, Fellini — ze hebben ons geleerd dat de horizon niet alleen een plek is, maar een gevoel.” Ik luister, een glas wijn in de hand.
Op zee schuiven er schepen langzaam voorbij. Hun silhouetten lijken fragmenten van een film die zich telkens opnieuw afspeelt. Even voel ik hoe Genua niet alleen een stad aan zee is, maar ook een montage van herinneringen — een collage waarin elke golf een nieuw beeld toevoegt.
Het gesprek is licht, maar toch ook diep. We lachen om een scène uit Amarcord, dat ‘Ik herinner me’ betekent. We delen meer herinneringen aan films. Door het delen ontstaat er een gevoel van verbinding. Haar woorden blijven hangen, als zeewier aan de kade — niet opdringerig, maar altijd aanwezig. Een gesprek met een kosmische glans waarin de zee, de film en de maaltijd samen een spiegel vormen.
Het is al donker als we het restaurant verlaten. De maan klimt hoog aan de hemel en verlicht de zee. We staren naar de ‘moonlight drive’… “Let’s swim to the moon”, zingt ze… Ik herken de melodie.
” Ik kan niet leven zonder de zee”, zegt ze… “zonder die oneindige, bewegende poel van vreugde en verdriet, waarin Genua zichzelf weerspiegelt als een oude filmrol. En weet je, cinema is als de zee. Je kunt er telkens opnieuw naar kijken, en toch is het altijd anders.”
Haar stem mengt zich met het geluid van de golven. Even lijkt het alsof de stad en de zee samen een verhaal fluisteren en ik weet dat Genua mij niet alleen een horizon heeft gegeven, maar ook een film die blijft hangen — een herinnering die telkens opnieuw terugkeert, zoals de golven zelf.






